Huis Cenac
©

Huis Cenac

|

Ville de Lourdes

Op 21 februari 1858 wordt Bernadette bij het verlaten van de vespers in de Sint-Pieterskerk aangehouden. Ze wordt naar het huis van Cénac gebracht, de woning van commissaris Jacomet, die haar wil ondervragen.

Gezien de grote populariteit die Bernadette bij de Grotte geniet, willen de autoriteiten deze zaak snel afhandelen, omdat de belangstelling die ze wekt de openbare orde en veiligheid in gevaar brengt.

Tijdens acht verhoren, en ondanks dreigingen met gevangenisstraf, blijft Bernadette onveranderlijk bij dezelfde versie van haar verhaal. Ze beweert een „vrouw te hebben gezien die geheel in het wit gekleed was, met een blauwe gordel en een gele roos op elke voet“.

De zaak krijgt vervolgens een politieke dimensie in een tijdperk dat gekenmerkt wordt door de industriële revolutie, de vooruitgang van de wetenschap en de opkomst van het antiklerikalisme.

Uiteindelijk wint Bernadette de strijd om de publieke opinie dankzij de steun van de vrome keizerin Eugénie. Napoleon III telegrafeert vervolgens aan de prefect van Tarbes „Bernadette niet langer lastig te vallen”, hoewel zij niettemin tot haar vertrek naar het klooster Saint-Gildard in Nevers in 1866 het voorwerp van grote volksbelangstelling blijft.